In de onderzoekspraktijk wordt vaak gekozen voor een survey. Dit betekent dat vragen moeten worden geformuleerd. Dit lijkt een simpele taak maar dit gaat in de praktijk niet altijd goed. Een voorbeeld hiervan is een item wat niet door iedere respondent op dezelfde manier wordt begrepen of überhaupt wordt begrepen.

Een ander voorbeeld is de vraag of een respondent wel bereid is om bepaalde informatie te verstrekken. Neem bijvoorbeeld een vragenlijst over seksualiteit, seksuele voorkeuren, inkomen. De vraag “Wat is de hoogte van uw inkomen?” zal niet door iedereen worden ingevuld omdat sommige dit te sensitieve informatie vinden om te verstrekken.

Een vraag zoals “Hoeveel keer per week vrijt u met uw partner?” zal vaak niet of niet waarheidsgetrouw worden ingevuld. De reden hiervoor is dat respondenten dergelijke sensitieve informatie niet zo snel of überhaupt niet willen verstrekken. Als zij de informatie wel verstrekken dan is het antwoord veelal een sociaal wenselijk antwoord.

De keuze van survey vragen is dus een belangrijk aspect van het ontwerp van een vragenlijst. Het hoeft echter niet moeilijk te zijn als de keuze van vragen wordt bepaald aan de hand van criteria voor de keuze van survey vragen.

Criteria voor de keuze van survey vragen

De keuze van survey vragen kan worden gedaan aan de hand van 7 praktische vragen.

Meetdoelen

De eerste vraag die beantwoord moet worden is de vraag of de survey vraag één of meerdere aspecten van de onderzoeksvraag of vragen meet. Een voorbeeldvraag is de vraag “Wat is de hoogte uw inkomen? “.

Stel de onderzoeker wil weten wat de invloed van culturele omgevingsfactoren op de ontwikkeling van leesvaardigheid is. Hij is dan niet geïnteresseerd in het inkomen van een respondent. Deze vraag hoeft dan niet te worden opgenomen in de definitieve vragenlijst. Als de onderzoeker wel geïnteresseerd zou zijn geweest in het inkomen dan had de vraag wel kunnen worden opgenomen in de definitieve vragenlijst.

Combinatie van informatie

De tweede vraag die beantwoord moet worden is de vraag of de survey vraag informatie oplevert die in combinatie met een andere survey vraag inzicht geeft in een bepaald te meten variabele.

Laten we uitgaan van de volgende voorbeelden:

  1. In welk land bent u geboren?
  2. Wat is uw leeftijd?
  3. Wat is de hoogte van uw inkomen?”

Stel er zijn drie vragen, namelijk vraag 1, 2 en 3. Stel de onderzoeker wil meer weten over respondenten die een bepaald inkomen hebben. Hij is hierbij specifiek geïnteresseerd in culturele aspecten van de respondenten.

Vraag 1 geeft informatie over een cultureel aspect. Vraag 2 geeft geen informatie over culturele aspecten. Dus alleen vraag 1 in combinatie met vraag 3 moeten worden opgenomen in de definitieve vragenlijst.

Begrip en hetzelfde begrijpen

De derde vraag is of de respondent de vraag goed begrijpt. Daarnaast gaat het erom of alle respondenten de vraag op dezelfde manier begrijpen. Een voorbeeld is de vraag “Heeft u werk?“.

Stel de onderzoeker doet onderzoek naar deelname aan de arbeidsmarkt in het heden en het verleden van mensen met een psychiatrische achtergrond. Deze doelgroep heeft vaak geen betaald werk maar doet veelal vrijwilligerswerk of werk tegen onkostenvergoeding.

De vraag specificeert niet of het gaat om betaald of vrijwilligers werk. Dus het is mogelijk dat de respondenten de vraag niet op dezelfde manier interpreteren. Een respondent kan bij het interpreteren van de vraag uitgaan van betaald en vrijwilligerswerk of alleen een van beide. In  dit geval moet de vraag worden geherformuleerd om ervoor te zorgen dat elke respondent de vraag op dezelfde manier begrijpt.

Als deze vraag niet door iedereen op dezelfde manier wordt begrepen dan moet je de survey vraag worden geherformuleerd of niet worden opgenomen in de uiteindelijke vragenlijst. Als daarentegen de surveyvraag wél door iedereen op dezelfde manier wordt begrepen dan kan de survey vraag worden opgenomen in de uiteindelijke vragenlijst.

Informatie voorhanden hebben

De vierde vraag die beantwoord moet worden is de vraag of de respondenten informatie voorhanden hebben waarmee de vraag kan worden beantwoord. Een voorbeeld van een vraag is “Heeft u als kind regelmatig hoofdpijn gehad?“”.

In de meeste gevallen zal een respondent niet weten of hij regelmatig hoofdpijn heeft gehad als kind. Dus de vraag vraagt naar informatie die de respondent niet voorhanden heeft. Dit betekent dat deze vraag in de huidige formulering niet worden opgenomen in de definitieve vragenlijst. Hij kan mogelijk wel worden opgenomen als de vraag wordt geherformuleerd.

Bereidwilligheid

De vijfde vraag die beantwoord moet worden is de vraag of de respondent bereid is om een bepaalde vraag te beantwoorden. Een voorbeeld is de vraag “Heeft u een buitenechtelijke relatie?”.

Een respondent is (meestal) niet bereid deze vraag te beantwoorden omdat het een te persoonlijke vraag is en vraagt naar zeer sensitieve informatie. Als een respondent niet bereid is om een vraag te beantwoorden dan moet de vraag niet worden opgenomen in de uiteindelijke vragenlijst. Als de respondent wel bereid is of zal zijn om de vraag te beantwoorden dan kan de vraag wel worden opgenomen in de uiteindelijke vragenlijst.

Aanvullende informatie nodig

De zesde vraag die moet worden beantwoord is de vraag of er aanvullende informatie nodig is om deze vraag te kunnen analyseren.

Voorbeelden van vragen zijn de volgende:

  1. “Wat is uw sekse?”
  2. “Wat is uw leeftijd?”
  3. “In welk land bent u geboren?”
  4. “Heeft u betalingsachterstand op uw hypotheekbetaling?”

Stel de onderzoeker wil meer weten over mannen uit Afrika in de leeftijdsgroep 25 – 35 en een betalingsachterstand hebben. Om de data goed te kunnen analyseren moeten de respondenten die niet uit Afrika komen, die niet in de leeftijdsgroep 25 – 35 vallen en geen betalingsachterstand hebben, worden verwijderd uit de dataset die wordt geanalyseerd. De subset die overblijft, zijn alle respondenten die voldoen aan de criteria voor de proefpersonen.

Als er géén aanvullende informatie nodig is dan kan deze vraag worden geanalyseerd zonder aanvullende informatie te controleren.  Als er echter wel aanvullende informatie nodig is dan kan deze vraag alleen worden geanalyseerd als aan bepaalde voorwaarden is voldaan. Als de aanvullende informatie wordt verzameld door andere vragen van de vragenlijst dan moet deze vraag worden opgenomen in de uiteindelijke vragenlijst.

Geheel of deel

De laatste vraag die beantwoord moet worden is de vraag of de respondent alle of slechts een deel van de vragen moet beantwoorden. Voorbeelden van vragen zijn:

  1. Wat is uw leeftijd?
  2. Wat is uw sekse?
  3. Heeft u een bijstandsuitkering?

Stel de onderzoeker is alleen geïnteresseerd in mannen in de leeftijdsgroep 25 – 35 jarigen. In dit geval is het niet nodig dat respondenten die niet voldoen aan deze criteria vraag 2 en 3 of mogelijke opvolgende vragen beantwoorden.

Het is soms lastig om een goede vragenlijst te ontwerpen maar met behulp van deze 7 criteria is het aanzienlijk makkelijker. Dus: houd deze vragen in je achterhoofd als je een vragenlijst ontwerpt.

Please follow and like us:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *